De ZorgCentrale verbindt in Proeftuin Culemborg professionele zorg met informeel netwerk

28 juni 2021

Hoe kan een zorgorganisatie er in 2030 uitzien? Niet alleen een vraag die de fantasie prikkelt, maar ook een heel noodzakelijke vraag in het licht van de problemen die spelen in de zorg. Regeren is ook hier: vooruitzien. Daarom hebben - onder meer – Carante Groep, Zorgcentra De Betuwe en De ZorgCentrale elkaar gevonden in een unieke pilot: Het Thuisleven Ondersteund, in Culemborg. Centrale vraag: hoe kunnen zorg, welzijnsinitiatievenen het informele netwerk commerciële diensten elkaar versterken om in 2030 een robuust zorgstelsel te hebben?

'We weten allemaal hoe groot de uitdagingen op lange termijn zijn', zegt projectleider Sebastiaan ten Hove van Carante Groep. 'Grote personeelstekorten, groeiende zorgkosten die elke minister wel een halt zou willen toeroepen, de vergrijzing. Maar er komt ook meer technologie beschikbaar. Met een blanco vel zijn we de zorgorganisatie van de toekomst gaan ontwerpen, los van de historie en alle beperkingen, en vanuit het perspectief van de cliënt. Je wilt dat mensen die ouder worden zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen, met gerichte ondersteuning. Dat kan een zoon of een dochter zijn, een buurman of buurvrouw of wij. Zo zijn we verder gaan denken, maar altijd vanuit de behoefte van de cliënt geredeneerd.'

Onhoudbaar model

De opzet van de proeftuin is om meer verbinding aan te brengen in die uiteenlopende behoeften. Sebastiaan: 'Als je nu ondersteuning nodig hebt, levert één partij die. Die partij neemt de zorg van je over. Dat is waar zij goed in zijn. Maar dat model is naar de toekomst toe niet meer houdbaar. Wat wel toekomstbestendig is, is een dynamisch microsysteem: dat zijn de mensen om je heen: je partner, familie, bekenden, buren, misschien wel de caissière van je supermarkt. Mensen in je directe omgeving die iets voor jou kunnen betekenen - of voor wie jij iets kan betekenen, want het gaat om wederkerigheid. In het zuiden van Europa is dit systeem heel gebruikelijk. Daar doe je een beroep op mensen uit je straat of je wijk. De grote uitdaging is echter om dit op meer niveaus voor elkaar te krijgen. Dat zit in wet- en regelgeving. En hoe moet het financieel allemaal worden verantwoord?' 

Positieve gezondheid

Het concept van de proeftuin sluit ook goed aan bij het gedachtegoed van positieve gezondheid, constateert Sebastiaan. 'De proef heeft zeker raakvlakken. Bij positieve gezondheid kijk je naar alle levensgebieden van een persoon, niet alleen of hij of zij wel of niet ziek is, maar ook bijvoorbeeld naar zaken als sociaal netwerk en zingeving.'  

Om de effectiviteit van het microsysteem uit te testen, werkt een aantal oudere Culemborgers mee aan de pilot. 'Zij hebben een uitvoerig intakegesprek achter de rug om te achterhalen hoe zij het beste kunnen worden ondersteund in hun dagelijks leven. Ook hebben we in kaart gebracht wie er in hun netwerk zit: hoe het contact met de buren is, wie er eventueel een boodschap zou kunnen doen.' 

Cocreatie

De proeftuin is een co-creatie van verschillende partijen, waaronder ouderenbonden, supermarkten, de universiteit van Utrecht en de Hogeschool Arnhem-Nijmegen. Voor de verbinding kwam De ZorgCentrale in beeld. 'We hadden behoefte aan een slim coördinerend systeem dat alle partijen kon verbinden: zorg, welzijn, het sociale netwerk en de commerciële dienstverlening. En we hadden 24/7 ondersteuning nodig van een partij die een zorgachtergrond heeft, kan praten met de doelgroep en kan doorvragen, om de echte behoefte te bepalen.' 

Zin in een wandeling

Teamleider Stephanie Niemeijer van De ZorgCentrale: 'Wij zijn er voor de coördinatie van het systeem van de Proeftuin, om de lijntjes te leggen. Heeft een proefpersoon hulp nodig? Of zorg? Maar het kan ook zin in een wandeling zijn. Wij leggen de verbinding met een buurvrouw, een vriendin of de welzijnsorganisatie. We kunnen ook in de agenda van de proefpersoon. Heeft iemand geen hulp nodig? Dan is het ook goed.'  

Sebastiaan: "Ze kunnen ook bellen als ze om een praatje verlegen zitten. De zorgcentralisten hebben daarvoor een training gehad. Ze zijn al vaardig in gesprekstechnieken en ze hebben ook allemaal een zorgachtergrond. Het is een heel verschil met hun huidige werk. Dat is erop gericht om snel en efficiënt te handelen. Nu moeten ze niet zelf de oplossing aandragen, maar de regie bij de mevrouw of meneer laten. Dat is een hele omschakeling, maar ik merk aan de centralisten dat ze het heel leuk vinden. Het gaat ze van nature al heel goed af. Ze ervaren het als een verrijking van hun werkzaamheden.' 

Werkelijke behoefte achterhalen

Stephanie: 'Het is heel ander werk natuurlijk. Je moet achterhalen wat de werkelijke behoefte van iemand is. En wie je uit zijn of haar netwerk erbij kunt betrekken. De proefpersonen vinden het vaak wel gezellig. Ook de centralist. Zeker als een centralist hen elke dag spreekt, gaan ze verhalen herkennen.' 

''Niet de beste vriend of vriendin worden'

Maar loopt een centralist niet het risico elke dag te worden gebeld door een eenzame oudere die om een praatje verlegen zit? Sebastiaan: 'Die vraag hebben we ook onszelf wel gesteld. Je wilt voorkomen dat de centralist onderdeel wordt van het microsysteem van een proefpersoon. Je moet een luisterend oor zijn, maar niet de beste vriend of vriendin willen worden. Dat is een lastig spel, je moet niet het probleem willen overnemen.'

De eerste weken zijn veelbelovend. 'We zouden eigenlijk twee maanden gaan testen, maar we hebben na drie weken al heel veel nuttige informatie. We zien al de contouren ontstaan voor de zorgorganisatie van 2030 en daar gaan we zeker rekening mee houden. De proef is een heel nuttige aanvulling op al het theoretisch onderzoek dat er al is gedaan.'